maandag 12 april 2010

Zo werkt het: poorten en IP-adressen

Elke pc heeft open poorten voor internet, mail en Messenger nodig. De poorten zijn in- en uitgangs deuren voor de computer. Elke toepassing die gebruik maakt van internet heeft een geopende poort nodig. Deze poorten zijn mogelijke ingangen voor aanvallers. Bovendien is voor een beter begrip van de werking van firewalls, kennis van de eigenschappen van poorten belangrijk. Elk huis(computer) heeft een adres(IP-nummer) en meerdere deuren(poorten)

poortadressenvisueel1kla

Het merendeel van de internet communicatie verloopt via het TCP en UDP protocol. Elke toepassing die via internet een verbinding maakt, geeft de protocollen TCP en UDP een poortnummer. Op deze manier weet elke datapakket bij welke toepassing het hoort. De poort is zo te zeggen het adres voor een bepaald type internet  data pakket. Daardoor klopt een http-pakketje voor de browser niet aan de deur bij het mail programma. Elk datapakketje bereikt dankzij het poort nummer zijn juiste doel.

Het adres wordt gecompleteerd met een IP nummer van de computerwaar het data pakket heen moet. Dit is te vergelijken met het huisnummer van de computer. De combinatie van IP nummer en poortnummer noemt men socket. Twee sockets definiƫren een verbinding. In het voorbeeld, zie plaatje boven een thuiscomputer en een server.

De binnenkomende post op een mailserver (POP3-server) wordt meestal op poort 110 toegewezen. Een webserver luistert meestal naar poort 80.

Elk datapakket weet naar welke poort het moet, in de Header van het data deel is een afzender en ontvanger poortnummer toegevoegd. Een notatie die hiervoor gebruikt wordt is: 192.168.1.1:80

Geen opmerkingen:

Een reactie posten